Waarom vergelijken zo schadelijk kan zijn
Wat er werkelijk gebeurt als een leerling zichzelf afmeet aan een ander.
Er zat een jongen van veertien in mijn les, al twee jaar, en hij was echt aan het groeien. Betere timing, meer gevoel voor dynamiek, hij begon te horen wanneer iets klopte en wanneer niet. Op een dag zei hij: mijn vriend speelt een jaar minder dan ik en hij kan al het drumsolo van die ene band spelen. Hij klonk niet jaloers. Meer alsof hij een conclusie had getrokken over zichzelf waar hij al een tijdje mee rondliep.
Ik vroeg wat hij vond dat dat betekende.
Hij haalde zijn schouders op. Dat ik kennelijk minder aanleg heb.
Wat me raak in dat moment is hoe stil het vergelijken werkt. Het had hem niet geblokkeerd in de les. Hij speelde gewoon door. Maar het had ergens een verhaal gecreëerd, en dat verhaal was: ik doe het niet goed genoeg. En dat verhaal had hij al een tijdje voor zichzelf gehouden.
Vergelijken is een van de meest menselijke dingen die er zijn. We zijn er van nature op ingesteld — we meten onszelf af aan anderen om te weten waar we staan. Maar muziek leren is een terrein waar die instelling slecht uitpakt, omdat de routes zo radicaal van elkaar kunnen verschillen. De ene leerling begint met een oersterke ritmiek maar heeft nooit structuur geleerd. Een ander heeft jarenlang klassiek piano gespeeld en loopt vast op improvisatie. Een derde groeide op met muziek thuis en heeft duizend uren luisterervaring die nergens als vaardigheid zichtbaar is.
Die vriend met het drumsolo had waarschijnlijk zijn eigen onzichtbare opstap. Een Youtube-obsessie. Een broer die drummer is. Uren op de slaapkamer geoefend op iets specifieks omdat hij het moest kunnen. Maar mijn leerling zag alleen de afstand tussen hen beiden, niet het pad dat die vriend had gelopen.
Het probleem met vergelijken is dat het de lat verplaatst. Van de eigen groei naar de prestatie van iemand anders. En die lat is beweeglijk, altijd net buiten bereik, omdat er altijd wel iemand te vinden is die iets sneller, beter, of indrukwekkender doet.
Ik ben dat patroon ook bij volwassenen gaan herkennen. Een beginner van veertig die een YouTube-video ziet van een tiener die vlekkeloos jazzklavieren speelt en vervolgens in de les verontschuldigt voor zijn eigen vooruitgang. Een leerling die op een workshop iemand van zijn leeftijd hoort spelen en daarna drie weken lang twijfelt of ze wel door moet gaan.
De vergelijking zegt niets over die leerling zelf. Maar het gevoel dat erbij hoort — ontoereikendheid, schaamt bijna — is heel echt.
Ik probeer in die momenten niet de vergelijking weg te redeneren. Dat werkt niet. Zeggen “jij loopt ook goed” of “het is een ander traject” voelt als een pleister. De leerling weet dat ik vriendelijk probeer te zijn.
Wat ik liever doe is het gesprek terugbrengen naar het eigen spoor. Weet je nog hoe je een jaar geleden met die overgang worstelde? Wat kun je nu wat je toen niet kon? Dat zijn echte vragen, met echte antwoorden. En die antwoorden gaan over de leerling zelf, niet over het gemiddelde van anderen.
Soms helpt het om het vergelijken expliciet te benoemen, niet als fout gedrag maar als begrijpelijk mechanisme met een bijwerking. Vergelijken geeft je een positie ten opzichte van iemand anders, maar het geeft je geen informatie over je eigen richting. Het is een kompas dat altijd ergens anders wijst.
Wat ik in de loop van de jaren ook ben gaan zien, is dat leerlingen die veel vergelijken vaak ook weinig zicht hebben op hun eigen groei. Ze hebben geen referentie voor zichzelf. Ze kunnen moeilijk zeggen wat er de afgelopen drie maanden is veranderd in hun spel. En zonder die referentie is de buitenwereld het enige houvast.
Dat is iets wat ik als docent direct kan beïnvloeden, niet door motiverende praatjes maar door leerlingen te helpen hun eigen voortgang te zien. Een opname van een half jaar geleden terugluisteren. Een passage die nu vanzelf gaat terwijl die drie maanden terug een struikelblok was. Kleine, concrete bewijzen dat er beweging is.
Die jongen van veertien heeft het drumsolo nooit geleerd. Hij is een andere kant op gegaan, meer naar ritme en textuur dan naar technische showstukken. Ik denk dat hij een betere drummer is daardoor, ook al had hij dat jaar het gevoel dat hij achterliep.
Maar ik vraag me wel af wat er was gebeurd als hij dat gevoel langer had meegedragen zonder dat we erover hadden gepraat. Of hij op een gegeven moment gewoon was gestopt, met een reden die hij zichzelf niet helemaal kon uitleggen.
Hoeveel leerlingen lopen rond met een vergelijking in hun hoofd waarover ze nooit zijn begonnen?
Vergelijken verplaatst de lat van de eigen groei naar de prestatie van iemand anders. En die lat kun je nooit halen.