← Journal
Achter het Gedrag · Stefan van de Brug · 3 min lezen

Waarom succeservaringen belangrijker zijn dan complimenten

Wat beklijft is niet wat je zegt, maar wat een leerling zelf voelt kloppen.

Ik had een leerling van een jaar of twaalf die elke les binnenkwam met het hoofd iets te laag. Niet verdrietig, maar alsof hij al wist dat het weer moeilijk zou worden. Ik gaf hem complimenten — veel zelfs, want ik meende ze. Je zit goed, je houdt het ritme aardig bij, je bent al verder dan vorige week. Hij knikte beleefd en begon zijn stokken te pakken.

Na een paar maanden realiseerde ik me dat de complimenten niks deden. Hij geloofde ze gewoon niet. Niet omdat ik onoprecht was, maar omdat hij zelf het bewijs nog niet had. Hij had mij nodig om het hem te zeggen, en dat was precies het probleem.

Het verschil tussen een compliment en een succeservaring is kleiner dan het klinkt, maar in de praktijk is het alles. Een compliment is iets wat jij zegt. Een succeservaring is iets wat een leerling zelf voelt. En een leerling die iets voelt lukken, hoeft jou niet meer te geloven.

Dat klinkt alsof ik complimenten wil afschaffen. Dat is het niet. Maar ik ben ze anders gaan inzetten. Vroeger gaf ik ze als olie om de boel soepel te laten lopen. Nu probeer ik ze te laten landen op een moment waarop de leerling het bewijs al heeft. Je hebt dat net drie keer achter elkaar goed gespeeld. Dan klinkt het hetzelfde, maar het werkt anders. Het compliment benoemt iets wat de leerling al weet. Het wordt een spiegel, geen mening.

Het bewuste inbouwen van succeservaringen is iets wat ik mezelf heb moeten aanleren. Mijn eerste instinct was altijd om net iets moeilijkers te kiezen zodra iets ging lukken. Voortgang is goed, maar ik haastte me erdoorheen. Die leerling kon de basnoot vinden, dus dan gaan we nu ritmevariaties toevoegen. Wat ik daarmee deed, was de succeservaring ontnemen nog voor ze volledig was geland. Het lukte net, en toen was het alweer niet meer genoeg.

Nu laat ik dingen soms bewust langer zitten. Niet om te vertragen, maar om het te laten beklijven. Als iets klopt, wil ik dat een leerling het twee of drie keer speelt en denkt: ja, dit is het. Dat gevoel — dat het klopt — is de grondstof van motivatie. Je kunt het niet afdwingen, maar je kunt wel ruimte maken voor het moment waarop het ontstaat.

Bij die leerling van twaalf heb ik uiteindelijk een les gesplitst. De eerste helft altijd iets wat hij al kende, iets wat hij goed kon. De tweede helft het nieuwe, moeilijke materiaal. Dat klinkt klein, maar het veranderde hoe hij binnenkwam. Na een paar weken was het hoofd hoger. Niet omdat ik meer complimenten gaf, maar omdat hij wist dat de les begon met iets wat hij aankon.

Er zit ook een valkuil in dit verhaal. Succeservaringen werken alleen als ze echt zijn. Als je een oefening te makkelijk maakt zodat de leerling slaagt, voelt hij dat. Kinderen zijn bijzonder goed in aanvoelen wanneer het te makkelijk is gemaakt voor hen, niet voor het instrument. Dan werkt het juist averechts. Ze leren dan niet dat ze kunnen slagen, maar dat de docent het voor ze makkelijker heeft gemaakt.

Wat ik zoek zijn momenten van echte, verdiende beheersing — al is het maar over één kleine maat. Dat mag lang duren. Een kwartje dat na drie weken valt voelt anders dan een kwartje dat je bij de hand hebt geleid. De leerling weet het verschil.

Ik denk weleens: hoeveel van de leerlingen die ophouden met muziek, zijn opgehouden zonder ooit écht het gevoel te hebben gehad dat iets klopte? Niet dat het goed was volgens de docent. Maar dat het klopte voor henzelf. Dat ze een moment hadden waarop ze dachten: ik kan dit. Hoe anders zou de les verlopen als we dat moment als het eigenlijke doel zagen, en alles eromheen als het middel?

Een leerling die iets voelt lukken, hoeft jou niet meer te geloven.