Probeer demo →Start gratis →
← Journal
Schoolzaken· Stefan van de Brug ·3 min lezen

Waarom groei niet altijd goed nieuws is

Meer leerlingen is niet hetzelfde als een betere school.

De dag dat ik mijn dertigste leerling inschreef, vergat ik de naam van mijn vijftiende. Ik stond aan het eind van een dag vol lessen, stuurde een welkomstmailtje naar de nieuwe leerling, en halverwege het typen wist ik even niet meer of Emma of Elisa mijn leerling van twee jaar was. Dat had ik niet verwacht. Ik was trots geweest op die groei. Meer aanmeldingen, meer omzet, meer bewijs dat het ergens toe leidde. Maar die vergissing bleef de rest van de avond hangen.

Groei wordt ons voorgehouden als doel op zich. Grotere school, meer leerlingen, misschien een tweede docent. In de muziekwereld heb je die ambitie ook, al is het vaak stiller aanwezig dan in andere sectoren. Maar het idee dat groter ook beter is, klopt niet altijd. Soms maakt groei precies kapot wat je hebt opgebouwd.

Het eerste wat verdwijnt is de marge. Niet de financiële marge — die neemt even toe — maar de denkmarge. Als je vijftien leerlingen hebt, weet je van iedereen iets meer dan alleen hun naam en hun instrument. Je weet wie zijn toets heeft, wie net een teleurstellende wedstrijd heeft gespeeld, wie thuis spanning heeft. Dat weten verandert je les. Je kunt niet verplichten dat een dertienjarige zich openstelt voor een moeilijk stuk, maar als je weet dat hij moe is, ga je het anders aanpakken. Dat soort aandacht schaalt slecht.

Bij veertig leerlingen doe je onbewust wat elk systeem doet als het overbelast raakt: je defaultt naar het gemiddelde. Je geeft de les die voor de meeste mensen werkt. Dat is niet nalatig, het is overleven. Maar het is ook het moment waarop je stopt met doceren en begint met doorspelen.

Een collega van me nam vorig jaar een tweede docent in dienst. Noodzakelijk, want ze had meer leerlingen dan ze aankon. De eerste maanden waren goed. Maar ze merkte na een tijdje dat sommige leerlingen begonnen te vergelijken. Die andere juf doet het anders. Die andere juf vindt dit dan weer leuk. De kwaliteit verschilde nauwelijks, maar de consistentie was weg. En consistentie is in muziekonderwijs alles. Een leerling die elke week hetzelfde kader ervaart, ook als de inhoud wisselt, maakt sneller vorderingen dan een leerling die telkens opnieuw moet inschatten hoe de les zal lopen.

Groei vraagt ook iets van je administratie dat de meeste docenten onderschatten. Bij tien leerlingen hou je het bij in je hoofd of in een notitieboekje. Bij twintig begint het te knellen. Bij dertig ben je actief informatie aan het verliezen zonder dat je het doorhebt. Je vergeet dat je twee maanden geleden iets hebt afgesproken over het tempo van de stukken. Je weet niet meer wanneer iemand voor het laatst een puntje thuis heeft geoefend dat echt klopte. Die informatie was ooit de stille motor van je lessen.

Er is een drempel waarop het systeem het van jou overneemt als jij het systeem niet hebt ingericht. De les wordt dan een verplichting die je afhandelt, in plaats van een moment dat je bewust ontwerpt. Dat is het verschil tussen een bezette muziekdocent en een goede muziekdocent, en groei zet je aan beide kanten van die lijn.

Dit is geen pleidooi om klein te blijven. Sommige docenten zijn prima in staat om veertig leerlingen te begeleiden en daarin zelfs beter te worden. Maar dat vraagt bewust ontwerp. Systemen die de marge terugbrengen die groei wegneemt. Manieren om toch te weten wat er speelt, ook als je ze niet meer allemaal kent van buiten.

Wat ik die avond begreep, is dat er een verschil zit tussen groeien en uitbreiden. Uitbreiden is meer van hetzelfde doen. Groeien is jezelf aanpassen zodat je iets beters kunt blijven geven dan wat je deed. De vraag is niet of je meer leerlingen wilt. De vraag is of je school meer leerlingen aankan zonder dat de leerlingen die er al zijn er iets voor moeten inleveren.

Ik weet niet altijd wat het juiste antwoord is. Maar ik weet wel dat ik Emma het volgende uur voor me had, en dat ik de les beter had kunnen beginnen als ik me de week daarvoor meer van haar had herinnerd dan alleen haar naam.

De dag dat ik mijn dertigste leerling inschreef, vergat ik de naam van mijn vijftiende.